Wat bloedcellen ons leren over hart- en vaatziekten bij vrouwen
Wat hebben veranderingen in je bloedcellen te maken met de gezondheid van je hart? Naarmate we ouder worden, kunnen er kleine veranderingen ontstaan in het DNA van onze bloedcellen. Onderzoeker Benedek Halmos en collega's van onder meer het UMCG onderzochten dit met gegevens van 5.508 Lifelines-deelnemers. Ze ontdekten dat bepaalde veranderingen in bloedcellen bij vrouwen samenhangen met eerdere hartinfarcten en verkalking van de kransslagaders. Bij mannen vonden ze dit verband niet.
Wat verandert er in ons bloed als we ouder worden?
Ons lichaam maakt voortdurend nieuwe bloedcellen aan. Dat gebeurt vanuit speciale stamcellen in het beenmerg. Naarmate we ouder worden, kunnen in het DNA van deze cellen kleine veranderingen ontstaan. Soms zorgt zo'n verandering ervoor dat bepaalde bloedcellen zich sneller vermenigvuldigen dan andere.
Dit wordt klonale hematopoëse genoemd en komt vooral voor bij oudere mensen. Uit eerder onderzoek blijkt dat deze veranderingen in bloedcellen kunnen samenhangen met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten.
Voor dit onderzoek keken wetenschappers specifiek naar veranderingen in het gen DNMT3A. Dit gen speelt een rol bij de werking en ontwikkeling van bloedcellen. De onderzoekers wilden weten of er een verschil bestaat tussen mannen en vrouwen in het verband tussen deze veranderingen en hart- en vaatziekten.
Onderzoek met gegevens van 5.508 Lifelines-deelnemers
Voor het onderzoek gebruikten de wetenschappers gegevens van 5.508 Lifelines-deelnemers. Bij deze deelnemers was eerder het DNA van bloedcellen onderzocht. Zo konden de onderzoekers vaststellen of er veranderingen waren ontstaan in bepaalde genen.
Bij 2.103 deelnemers vonden zij zulke veranderingen. Vervolgens bekeken ze of deze deelnemers vaker een hartinfarct hadden gehad. Hiervoor gebruikten ze gegevens van hartfilmpjes (ECG's).
De onderzoekers hielden daarbij rekening met factoren die invloed kunnen hebben op de gezondheid van het hart, zoals leeftijd, rookgedrag, bloeddruk, cholesterol en diabetes.
Sterker verband met een hartinfarct bij vrouwen
De onderzoekers ontdekten dat veranderingen in het DNMT3A-gen vaker voorkwamen bij vrouwen dan bij mannen. Ook vonden zij een opvallend verschil tussen mannen en vrouwen. Vrouwen met deze verandering hadden vaker in het verleden een hartinfarct gehad dan vrouwen zonder deze verandering. Bij mannen vonden de onderzoekers geen vergelijkbaar verband.
Het onderzoek laat zien dat er een verband bestaat, maar bewijst niet dat de verandering zelf een hartinfarct veroorzaakt.
Ook een verband met verkalking van de kransslagaders
Naast eerdere hartinfarcten onderzochten de wetenschappers ook verkalking van de kransslagaders. Dit zijn de bloedvaten die het hart van zuurstof voorzien. Bij verkalking ontstaat er ophoping van kalk in de vaatwanden. Dit kan een aanwijzing zijn voor slagaderverkalking en een verhoogd risico op hart- en vaatziekten. Een deel van de deelnemers kreeg hiervoor een CT-scan, gemiddeld ongeveer tien jaar na het eerste bloedonderzoek.
Bij vrouwen zagen de onderzoekers dat grotere groepen bloedcellen met de DNMT3A-verandering samenhingen met meer verkalking van de kransslagaders. Ook vrouwen bij wie deze groepen bloedcellen sneller groeiden, hadden gemiddeld meer verkalking. Bij mannen werd dit verband niet gevonden.
Niet alle resultaten wezen in dezelfde richting. Bij een andere vergelijking zagen de onderzoekers juist minder verkalking bij vrouwen met deze veranderingen. Een mogelijke verklaring is dat sommige vrouwen in de jaren vóór de CT-scan hartproblemen kregen en daardoor niet meer aan dit deel van het onderzoek konden meedoen. Verder onderzoek is nodig om deze verschillen te verklaren.
Waarom is dit verschil belangrijk?
Hart- en vaatziekten komen voor bij zowel mannen als vrouwen, maar de factoren die daarbij een rol spelen kunnen verschillen. Dit onderzoek wijst erop dat veranderingen in bloedcellen mogelijk een andere betekenis hebben voor de gezondheid van het hart bij vrouwen dan bij mannen.
De onderzoekers weten nog niet precies waardoor dit verschil ontstaat. Ook is aanvullend onderzoek nodig om beter te begrijpen welke rol deze veranderingen spelen bij het ontstaan van hart- en vaatziekten.
Het onderzoek bewijst niet dat veranderingen in het DNMT3A-gen hart- en vaatziekten veroorzaken. De resultaten kunnen wetenschappers wel helpen om risicofactoren voor hart- en vaatziekten bij vrouwen beter te begrijpen.
Wat leren we dankzij Lifelines-deelnemers?
Doordat Lifelines-deelnemers over langere tijd meedoen aan onderzoeken, kunnen wetenschappers volgen hoe hun gezondheid verandert. In dit onderzoek konden zij gegevens over bloedcellen combineren met hartfilmpjes en CT-scans die op verschillende momenten zijn gemaakt.
Zo kregen de onderzoekers meer inzicht in de relatie tussen veranderingen in bloedcellen en de gezondheid van het hart. De resultaten laten zien hoe belangrijk het is om bij onderzoek naar hart- en vaatziekten ook te kijken naar verschillen tussen mannen en vrouwen.