Deelnemers

Heb je een vraag? Neem gerust contact met ons op. Dat kan elke dag!

Contact met Lifelines

Researchers

Do you have a question regarding working with Lifelines? Please contact us, we're happy to help you.

Contact us

Pers

We voorzien media graag van informatie en we behandelen graag verzoeken voor interviews, opnames en beeldmateriaal.

Stuur een e-mail

gegevens

Wat heeft vitamine B1 te maken met de werking van onze darmen?

Waarom moet de ene persoon vaker naar het toilet dan de andere? Erfelijke aanleg speelt daarbij een rol. Onderzoeker Cristian Díaz-Muñoz en collega's van onder meer het UMCG, onderzochten met gegevens van 268.606 mensen, waaronder Lifelines-deelnemers, welke genetische verschillen samenhangen met hoe vaak we ontlasting hebben. Ze ontdekten nieuwe verbanden tussen ons DNA en de werking van onze darmen. Vooral de mogelijke rol van vitamine B1 viel op. Deze ontdekking kan wetenschappers helpen om darmklachten, zoals het prikkelbare-darmsyndroom, beter te begrijpen.

jongetje die voetbalt

Waarom werken onze darmen bij iedereen anders?

Onze darmen zijn voortdurend in beweging. De spieren in de darmwand trekken samen en ontspannen zich weer, waardoor voedsel en afvalstoffen door het spijsverteringskanaal worden verplaatst. Deze bewegingen worden ook wel darmbewegingen genoemd.

Hoe snel dit gebeurt, verschilt van persoon tot persoon. Bij sommige mensen bewegen de darmen sneller, waardoor ze vaker ontlasting hebben. Bij anderen gaat dit langzamer en kan verstopping ontstaan.

De werking van onze darmen wordt beïnvloed door verschillende factoren, zoals voeding, beweging, medicijnen en de communicatie tussen onze hersenen en darmen. Ook erfelijke aanleg speelt een rol.

Bij mensen met het prikkelbare-darmsyndroom (PDS) kunnen deze darmbewegingen verstoord zijn. Zij kunnen bijvoorbeeld last hebben van diarree, verstopping of buikpijn. De onderzoekers wilden beter begrijpen welke genetische factoren betrokken zijn bij de werking van de darmen.

dna analyse

Onderzoek met gegevens van ruim 268.000 mensen

Voor het onderzoek gebruikten de wetenschappers gegevens van 268.606 mensen met een Europese of Oost-Aziatische genetische achtergrond. De gegevens kwamen uit verschillende grote onderzoeksbanken, waaronder Lifelines.

De onderzoekers bekeken hoe vaak deelnemers ontlasting hadden. Deze informatie was afkomstig uit vragenlijsten. Hoe vaak iemand ontlasting heeft, geeft een aanwijzing over de snelheid waarmee de darmen werken. Het is geen directe meting van de darmbewegingen, maar maakt het wel mogelijk om grote groepen mensen te onderzoeken.

Vervolgens vergeleken de wetenschappers deze gegevens met verschillen in het DNA van de deelnemers. Zulke verschillen worden genetische varianten genoemd. Ze komen van nature voor en kunnen invloed hebben op hoe ons lichaam werkt.

Zo wilden de onderzoekers ontdekken welke erfelijke factoren samenhangen met de darmwerking en welke biologische processen daarbij mogelijk een rol spelen.

vrouw aan tafel

Nieuwe verbanden tussen DNA en darmwerking ontdekt

De onderzoekers vonden 21 gebieden in het DNA die samenhangen met hoe vaak mensen ontlasting hebben. Tien van deze gebieden waren nog niet eerder gevonden in genetisch onderzoek naar de ontlastingsfrequentie.

De ontdekkingen wijzen op verschillende processen die betrokken kunnen zijn bij de werking van onze darmen. Zo vonden de onderzoekers aanwijzingen voor een rol van galzuren, die helpen bij de vertering van vetten en ook de darmbewegingen kunnen beïnvloeden.

Ook vonden ze genetische verbanden met de communicatie tussen zenuwen en spieren in de darmen. Deze communicatie is belangrijk om de darmbewegingen goed te laten verlopen.

Een opvallende ontdekking was dat twee van de gevonden genetische gebieden verband houden met genen die betrokken zijn bij de verwerking van vitamine B1. Dit bracht de onderzoekers op het spoor van een mogelijke nieuwe verklaring voor verschillen in de darmwerking.

vader en dochters

Een opvallende rol voor vitamine B1

Vitamine B1, ook wel thiamine genoemd, is een vitamine die ons lichaam nodig heeft om voedingsstoffen om te zetten in energie. We krijgen deze vitamine binnen via onze voeding.

De onderzoekers ontdekten dat twee genen, SLC35F3 en XPR1, mogelijk een rol spelen bij het verband tussen vitamine B1 en de darmwerking. Het eerste gen is betrokken bij het transport van vitamine B1 in cellen. Het tweede speelt een rol bij een proces dat nodig is om vitamine B1 om te zetten in een vorm die het lichaam kan gebruiken.

Om dit verder te onderzoeken, gebruikten de wetenschappers voedingsgegevens van 98.449 deelnemers van de UK Biobank. Daaruit bleek dat mensen die meer vitamine B1 via hun voeding binnenkregen, gemiddeld ook vaker ontlasting hadden. De sterkte van dit verband bleek ook afhankelijk van erfelijke aanleg. Bij mensen met bepaalde genetische varianten in de genen SLC35F3 en XPR1 was het verband tussen vitamine B1 en de ontlastingsfrequentie minder sterk.

De resultaten wijzen erop dat erfelijke aanleg mogelijk invloed heeft op de manier waarop vitamine B1 samenhangt met de werking van onze darmen. Het onderzoek bewijst niet dat extra vitamine B1 ervoor zorgt dat de darmen sneller gaan werken. Daarvoor is aanvullend onderzoek nodig.

drie generaties

Ook verbanden met darmklachten gevonden

Naast de rol van vitamine B1 onderzochten de wetenschappers ook de relatie tussen ontlastingsfrequentie en verschillende aandoeningen. Ze ontdekten dat sommige genetische factoren die samenhangen met hoe vaak iemand ontlasting heeft, ook verband houden met het prikkelbare-darmsyndroom (PDS) en andere darmziekten.

Met aanvullende genetische analyses vonden de onderzoekers bovendien aanwijzingen dat erfelijke aanleg voor een hogere ontlastingsfrequentie kan bijdragen aan een grotere kans op PDS. Dit is belangrijk, omdat nog niet precies bekend is welke biologische processen achter PDS zitten. De resultaten kunnen wetenschappers helpen om beter te begrijpen waarom sommige mensen darmklachten ontwikkelen en anderen niet.

familie in natuur

Wat betekenen deze ontdekkingen?

Het onderzoek geeft nieuwe inzichten in de rol van erfelijke aanleg bij de werking van onze darmen. Vooral de mogelijke betrokkenheid van vitamine B1 biedt aanknopingspunten voor vervolgonderzoek.

De onderzoekers willen beter begrijpen hoe vitamine B1 de darmbewegingen beïnvloedt en waarom genetische verschillen daarbij een rol spelen. Op termijn kan deze kennis mogelijk bijdragen aan behandelingen die beter aansluiten bij de oorzaak van darmklachten.

Daarbij denken de onderzoekers onder andere aan mogelijkheden op het gebied van voeding en medicijnen. Maar zover is het nog niet. Het onderzoek laat verbanden zien en biedt aanwijzingen voor mogelijke biologische mechanismen. Er is meer onderzoek nodig om vast te stellen of aanpassingen in de voeding of nieuwe behandelingen daadwerkelijk kunnen helpen bij aandoeningen zoals PDS en chronische verstopping.

Wat leren we dankzij Lifelines-deelnemers?

Dankzij gegevens van Lifelines en andere grote onderzoeksbanken konden wetenschappers bij een grote groep mensen onderzoeken welke genetische verschillen samenhangen met hoe vaak iemand ontlasting heeft. Hiervoor combineerden zij genetische gegevens met informatie uit vragenlijsten over de stoelgang.

Zo ontdekten de onderzoekers nieuwe verbanden tussen erfelijke aanleg, vitamine B1 en de werking van de darmen. De resultaten laten zien hoe waardevol het is om gegevens van grote groepen deelnemers te combineren. Zo krijgen wetenschappers meer inzicht in de mogelijke rol van erfelijke aanleg bij de darmwerking en het ontstaan van darmklachten.